vrijdag 30 maart 2018

Slip 'n slide

Serengeti, Rhotia Valley
(Zondag 18 maart 2018)

Kwart over zes wakker, de leeuw brult nog (weer?), maar niet meer zo fier als gisterenavond. Geprobeerd om nog een audio opname te maken, maar toen staakte de leeuw het gebrul natuurlijk.

Voor het ontbijt gesproken met Maliaki en Cliff. De leeuw zat bij de boom, links voor de grote tent. Ze liep vervolgens richting onze tent. Het was alsof ze ons volgde. Schijnbaar was de leeuw al in het kamp tegen het einde van het diner. Cliff vertelde dat hij ons nog wilde halen om naar de leeuw te kijken, maar dat hij niet wist of hij ons kon storen. We waren de tent ook niet uitgekomen waarschijnlijk.

Na het ontbijt onze spullen gepakt voor vertrek naar Rhotia Valley Tented Lodge. Afscheid genomen, tegen Cliff gezegd dat hij niet hoefde te huilen.

Dichtbij het kamp, in Ndutu, waren weinig dieren te zien. Eigenlijk hetzelfde als de ochtend ervoor, toen we richting centraal Serengeti gingen. Verderop was er weer wildlife in overvloed. Tussen de gnoes en zebra’s waren weer verschillende hyena’s te zien.

Na passeren van de gate tussen Serengeti en Ngorhongorho was de weg direct slechter. Het landschap ging langzaam over van droge vlaktes naar meer tropisch regenwoud. We moesten weer over dezelfde weg terug, boven langs de krater. We hoopten dat er geen overstromingen zouden zijn. Deze keer was het gelukkig geen uitdaging om over de diverse waterstromen te komen. 

Het was zonnig en helder, dus we konden deze keer van het uitzicht genieten. Op een groot open stuk liepen ruim twintig giraffes. Zoveel hadden we er nog niet bij elkaar gezien. We kwamen weer langs het wat roze ogende meer, met de boma met lokale bevolking. Onderweg zwaaide een gids uitbundig naar ons, alsof hij ons kende. Was dit de man die we hadden gesproken bij de weg richting Ndutu? Who knows.

De locals vroegen de vorige keer om eten, geld en probeerden sierraden te verkopen. Een kleine jongen deed dat nu ook weer. We hadden eten over, dat we anders weg zouden gooien. Ondanks dat het niet aangeraden werd, deze keer besloten om o.a. wat banaantjes te geven. Het kind was hier echter niet tevreden mee, vroeg om meer en bood bijvoorbeeld “picture for food” aan. Niet snel tevreden, en niet erg bevredigend.

Er waren niet veel sanitaire voorzieningen in het park, en de route was lang, dus ben ik even ‘achter de auto gegaan’. Achteraf gelezen dat ook hier luipaarden en olifanten hadden kunnen zijn. Blijven waarnemen!

Uiteindelijk bij het uitkijkpunt aangekomen. Er was een Japans gezelschap, en zij waren met een drone aan het vliegen. Heel laag ook, vlak boven het uitkijkpunt. Hoewel ik zelf een drone enthousiast ben, vond ik het hier toch wel storend. Het verstoorde het natuurlijke beeld van de krater.

Het uitzicht maakte dit echter meer dan goed De krater was prachtig! Een grote vlakte, met een meer, omringd door bergen. Je kon de hele krater zien. Het is eigenlijk een caldera, een ingestorte vulkaan. Beneden zouden honderden dieren wonen, en had je de kans om in korte tijd de Big Five te spotten. We konden wel wat dieren zien vanaf het uitkijkpunt, maar niet heel veel. Een afdaling in de krater stond echter al voor de volgende dag op de planning, dus we zouden het allemaal nog van dichtbij gaan maken.

Op een informatiebord stonden de parkregels. Daar stond dat je niet zelf de krater in mocht rijden, zonder een gids. Als ze die regel daadwerkelijk zouden hanteren, zou dat onze plannen verstoren. Bij de gate nog even nagevraagd of we zelf mochten rijden. De wedervraag was wat voor auto we hadden. Een Toyota Landcruiser was blijkbaar een goed antwoord, want daarmee mochten we wel zelf de krater in rijden. Dat scheelde weer een zorg.

Op naar onze volgende verblijfplaats. Eerder dan verwacht stond er een bord van de lodge. Linksaf, en dan nog 5,5 kilometer. Die weg zag er echter dusdanig beroerd uit, dat we besloten door te rijden naar de afslag die we vooraf hadden gepland. De andere toegangsweg gevonden. Die leek beter, maar al snel bleek dit gezichtsbedrog. Het eerste stukje had een harde, ogenschijnlijk stenen/rotsachtige ondergrond, en was goed te berijden. Later ging de weg over in gladde modder. Ondanks de ingeschakelde vierwielaandrijving gleed ons metalen paard, heuvel af, alle kanten op! Met een beetje gas erbij was de auto wel weer recht te trekken, maar het leek linke soep. We moesten een heuveltje op, maar halverwege weigerde de auto verder te gaan. De wielen draaiden, maar we gingen niet vooruit. Achteruit dus. De differential lock op de voorwielen gezet, een aanloop genomen, en enig geweld toegepast. Dat hielp.
De weg splitste zich. Geen wegwijzers. De route genomen die het meest op de doorlopende weg leek. Langs een met muur omheinde locatie gekomen. Was het hier, en zijn we dus de verkeerde kant op gereden? Onduidelijk. Verder maar dus. Wederom met wat geweld een heuvel op.
Gelukkig, daar was het. Rechtsaf, omhoog. Daar was een soort wachtershuisje, met iemand erin, halverwege de heuvel. Even gestopt om ons te melden. Bovenaan naar rechts was onze bestemming was de boodschap. Maar de auto weer in beweging krijgen was een uitdaging. Geen handig plek voor een loket. Uiteindelijk bestemming bereikt.

Het was begin van de middag. Geen plannen verder, en met een dergelijke modderige toegangsweg ga je ook niet even ‘op pad’. Dus relaxen. We zaten in een grote tent, geplaatst op een verhoging. Wat comfortabeler dan in de Green Camps. En geen bush-like sanitaire voorzieningen, maar een echt toilet en behoorlijke douche.

Er kwam zojuist een soort Suzuki Alto door de modder rijden. Ik ben blijkbaar geen modderchauffeur. Of misschien juist wel? Who knows.

Rond zes uur was het tijd voor een drankje. Eigenaresse Mariese kwam er even bij zitten, en nam zelf ook een biertje. Gezellig gekletst, over onze plannen, over haar activiteiten in Tanzania, en van alles en nog wat. Later ook Doris en Charlie ontmoet, managers bij de organisatie. Tijdens het diner werden we verwarmd door schalen met hete kolen, en bijgelicht door olielampen.
Na het diner werden we begeleid naar onze tent. Ook hier mocht je niet alleen buiten rondwandelen in het donker. Vlakbij de tent stond iemand in de bush. Schijnbaar de nachtwaker.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten