(Maandag 19 maart 2018)
De gravel weg was droger, en veel beter te doen dan de dag ervoor. Nog even een paar ton uit de muur gehaald, en vervolgens… bekeuring. Ik had het idee dat we de ‘bebouwde kom’ nu wel uit waren, en ging wat harder rijden. We werden gelaserd en gefotografeerd, en aangehouden. Tien kilometer per uur te hard. De agent was zeer vriendelijk, en na betaling van de boete van 30000 shilling konden we verder.
Even gestopt bij de Puma om te vragen of ze ruitensproeiervloeistof hadden. Dat niet, maar wel water met sop. Beter dan niks. Flesje cola gekocht. Cola kost 1000 shilling, het vullen met water 9000, afgerond een nette 10000 (omgerekend zo'n 5 dollar).
Vergunning gehaald bij de gate, en een gids gevraagd naar de conditie van de wegen in de krater. Differential lock was niet nodig. Hij reed zelf in 2WD naar beneden, en 4WD omhoog.
Mariese had ons de tip gegeven om niet bij de main descent road naar beneden te gaan, maar bij de afdaling bij Sopa Lodge. Officieel mag je niet zonder gids naar beneden, en personeel bij de primaire afdaling zou waarschijnlijk moeilijk gaan doen. Het vermoeden was dat men daar een deel van de kosten van de gids kreeg, en het dus niet goed zouden vinden als je die niet had betaald.
Vanaf de main gate was het nog een uur rijden naar de afdaling, over een niet-makkelijke modderige weg. Je moet wat moeite doen om in één van de zeven natuurlijke wereldwonderen rond te rijden.
Bij de descent road gate werd onze vergunning zonder problemen geaccepteerd. De gids, die ik eerder had gesproken, wenkte me. Hij had op de radio gehoord dat er een zwarte neushoorn was gespot. We konden hem volgen, zodat we het beest zouden kunnen zien. Ik was nog niet klaar voor vertrek, dus gaf hij instructies hoe te rijden. Beneden links aanhouden, richting Ngoitokitok picnic site rijden. Toch aardig!De weg naar beneden was minder steil dan ik had verwacht. Farasi had er niet echt moeite mee. Onderaan wachtte de eerste wilde dieren ons op, enkele buffels, vlak langs de weg. Ze waren in een gemoedelijke bui, zeker vergeleken met de lone bull die we in Zuid Afrika hadden ontmoet. Eén van de beesten had schijnbaar jeuk, en probeerde hier vanaf te komen door zijn kop heen en weer door een struik te halen. Toen ze allemaal wat actiever werden zijn we voor de zekerheid maar doorgereden.
De twee luie leeuwinnen verderop waren makkelijker te zien. En zelfs wat lastig om voorbij te komen, want ze lagen midden op de weg. Na een tijdje stond één van de beesten op, rekte zich uit, en liep richting onze auto. Bij het achterwiel van de auto voor ons vond ze de inspanning wel genoeg, en ging daar liggen.
De weg gevolgd richting de picnic site. Een mooie plek, met een meer vol nijlpaarden. In Zuid Afrika werden we gewaarschuwd om niet te dicht bij een water te komen met hippo’s erin. De beesten waren gevaarlijk, en sneller dan je dacht. Hier gold die regel blijkbaar niet, want een groep toeristen stond langs het water naar de beesten te kijken.
Na de lunch besloten niet de andere voertuigen te volgen, maar een andere route te kiezen. Er was nog van alles te zien: struisvogels, een nijlpaard waarvan meer te zien was dan enkel de neusgaten, een kleine zebbie van dichtbij, enkele waterbucks, apen, en olifanten. Om de big five vol te maken, ontbrak enkel nog een luipaard. Bij de picnic site dezelfde gids nog aangegeven dat hij er eentje voor ons moest vinden, maar er waren geen luipaarden in de krater zei hij. Vreemd?
Rond kwart over drie weer richting de weg omhoog. We konden nu wel de main ascent road gebruiken, want er zou geen controle meer zijn. En dat was gunstig. Deze weg was bestraat, en dus relatief eenvoudig op te rijden. Het uitzicht vanaf deze slingerweg was prachtig! Nog een missie geslaagd!



Geen opmerkingen:
Een reactie posten