vrijdag 30 maart 2018

Jaja Cherry


Simba Farm, Kilimajaro
(Vrijdag 23 maart 2018)

We hadden afgesproken om acht uur te vertrekken naar de Kilimanjaro. We moesten eerst nog ontbijten, dus de wekker om half zeven gezet. Om half acht kwam onze gids, Rama, vragen of we al klaar waren. Nee, geintje, acht uur vertrekken. We hadden goed uitzicht op Mount Meru vandaag. Picknickmanden ingeladen, en op weg. We hadden afgesproken dat Rama zou rijden. Makkelijk voor mij, en hij had ervaring met de route. Of zou het een goede ervaring voor hem zijn om daar eens te rijden? Dat was niet duidelijk geworden uit onze conversatie.

We moesten wat betalen bij de ''Forrest Gate", die dichtbij de boerderij zat. Daarna een half uur rijden naar de park gate, en vervolgens nog een half uur naar een picnic site, het vertrekpunt van onze wandeling. Het laatste deel van de route was minder prettig rijden. De middenberm was hoog, en we schraapten regelmatig met de bodem van de auto over de grond. Cherry kon de berg wel op, maar ook hier was het handig geweest als we Farasi nog hadden.

Vlak voor de picnic site hadden we vanuit de auto zicht op de besneeuwde top van de Kilimanjaro. Prachtig en indrukwekkend! Het was een heldere, zonnige dag. Eenmaal bij de picnic site kwamen er echter wolken in het spel, en langzaam verschool de bergtop zich daarin.

Even voor tien uur begonnen aan onze wandeling. In eerste instantie naar, en over, Simba River, en vervolgens nog even verder richting een camp site. Rond half twaalf de route terug genomen. Onderweg vertelde Rama over planten, dieren en de verschillende toppen van de berg. 

Tegen één uur waren we weer bij het vertrekpunt, en was het tijd om mijn verjaardag te vieren met een champagnelunch. Tijdens het wandelen, en gedurende de lunch, liet de top van de Kilimanjaro zich helaas niet goed meer zien. Er kwam mist. En die kwam niet langzaam opzetten, maar waaide zo’n beetje voor ons langs. Apart.

Er zouden wel dieren zijn, maar buiten vogels hadden we er geen gezien. Op de terugweg echter nog een klipspringer gespot, en Colubus apen, met een lange fluffy staart. Buiten het park was men druk in de weer op het land. Wortels oogsten, en geplante bomen rooien. De boomstammen werden met de hand op de vrachtwagen geladen. Zwaar werk! Ik moest nog even aan een Discovery programma denken, extreme logging? Daar hadden ze het stuk gaan van machines en het vast komen zitten ervan als grootste problemen. De arbeiders hier hadden extremer werk zo te zien. Je krijgt ook een beetje het gevoel dat je aan het tijdreizen bent. Door de manier waarop men hier werkt, veelal met de hand, lijk je door het verleden te rijden.
Half vier weer terug op Simba Farm, waar de overgebleven champagne nog even werd gekoeld, en de fles vervolgens werd geleegd.

Nog even met Carina gesproken. Ze waren op weg gegaan om naar het zaaien te kijken, maar de weg was dusdanig slecht dat ze terug moesten keren. Er liep een grote hyena rond, die richting haar vader liep. Maar die had niets in de gaten gehad. Blijkbaar is er een flink aantal Hyena’s die het gebied rondom de boerderij als leefgebied hebben.

Na het diner getrakteerd op een chocoladetaartje, met brandende kaarsen. Degene die hem bracht zette happy birthday in, maar staakte dat gelukkig snel.



Simba zonder leeuw


Arusha, Simba Farm
(Donderdag 22 maart 2018)

Tijd voor onze eerste ervaring met Cherry. En die bleek verrassend. Cherry had een grote, enkele, horizontaal openzwaaiende achterdeur, en die wilde niet helemaal dicht. Aangezien de koffers achterin zaten, was dit niet prettig. Beetje vervelend als de deur open vliegt en je koffers eruit donderen. Yusufu gebeld. Harder duwen was het advies. Enkele malen geprobeerd, maar het wilde in eerste instantie niet. Uiteindelijk gelukt door de deur met klaar geweld dicht te gooien. Die zouden we niet meer gebruiken.

Tegen tien uur gaan rijden, met Simba Farm, gelegen aan de voet van de Kilimanjaro, als bestemming. Cherry was een 4WD, maar kleiner, een automaat, en reed op benzine, dus veel pittiger dan Farasi. Inhalen was een stuk makkelijker zo.

Even voor de boerderij was men bezig met de weg, en moesten we kilometers over een slechte gravel weg, met drempels, en een snelheidslimiet van 30 kilometer per uur. Juist daarvoor reden we door een prachtig agrarisch landschap, een groot contrast. Rond één uur aangekomen. De ontvangst was wat rommelig. We hoefden niet in te checken, en kregen geen enkele uitleg. Uiteindelijk op het grote terras gekomen, waar de overige gasten aanwezig waren. Twee Engelstalige families, woonachtig in Dar Es Salaam, totaal negen personen. Ze kampeerden hier, en hadden de lodge de afgelopen dagen voor zichzelf gehad. Eén van hen vertelde dat je prachtig uitzicht zou hebben op Mount Meru, als het helder was. Hij liet ook foto’s zien van hun trip naar de Kilimanjaro, en dat zag er goed uit.

De weersverwachting was droog en zonnig, maar dat was niet gelukt. Er trok een onweersbui over. Wij zaten inmiddels echter even te loungen, achter ons huisje, overdekt, met een lekker bakkie koffie verkeerd!

Aan het einde van de middag gingen de overige gasten met hun twee auto’s op pad. Flinke auto’s, niet van die kleintjes zoals Cherry. Later kwam er eentje terug, en vroeg één van de Bruinsma’s (eigenaar van de boerderij) of er een traktor gestuurd kon worden, want de andere auto zat vast in de modder. De betreffende persoon had al verwacht dat er iemand vast zou komen te zitten. De gekozen zijweg nemen was vragen om moeilijkheden.

Wij zouden de volgende dag naar de Kilimanjaro rijden, met eigen auto. Dus even met Wayo gebeld, om te vragen of dat wel mogelijk was. Misschien konden we alsnog een auto regelen bij de gids die al in de planning stond. Het was ook niet zeker of de gids ons wel zou komen halen, aangezien op het informatiebord stond dat men zelf naar de park gate moest rijden, en daar een gids moest regelen. De contactpersoon bij Wayo gaf aan dat we het aan Carina van Simba Farm moesten vragen, die regelde de excursie. Bij navraag bleek dat die niet aanwezig was, maar later die dag wel zou komen.

Bij het avondeten kwam David, de man van Carina, de excursie bespreken. Met Cherry naar de berg zou geen probleem zijn. De gids kon eventueel rijden mochten we dat wenselijk achten. We zouden lunch mee krijgen, en David stelde voor om champagne mee te nemen. Goed plan!

Benjamin en de auto zonder verzekering

Rhotia Valley, Arusha
(Woensdag 21 maart 2018)

Vroeg in de ochtend was er wat commotie. We waren net wakker. Er was wat gaande, dus bed uit om te checken. Op dat moment klonk er een stem net buiten de tent. Iemand van het personeel, met een geweer. Hij attendeerde ons erop dat er een olifant voor langs de tenten liep. Niet gevaarlijk dichtbij. Hij riep ons meer zodat we konden kijken. De olifant liep voor de lodge langs de toegangsweg. Aan het einde maakte hij zijn eigen weg het bos in. Een kleine bonus vanwege onze laatste dag safari?


Bij het ontbijt vernomen dat de olifant een bekende is, Benjamin genaamd, door Doris. Hij heeft maar een slagtand, volgens medewerker Marcel verloren in een gevecht, en daardoor uit de kudde gezet. Hij komt vaker langs, meestal echter niet wanneer het licht is, dus deze sighting was bijzonder.

Afscheid genomen, met een knuffel van Doris, en terug naar Arusha gegaan. Deze weg hadden we al vaker gereden. Onderweg boma’s gezien, Masai die hun kuddes over de weg heen loodsten, kinderen in uniform die aan het voetballen waren, en mensen die spullen op hun hoofd droegen.

Zelfs nog dieren gespot, met name de dromedarissen vielen op. Geen wilde dieren, maar toch, onverwacht.

Gestopt bij de luxe mall om Mentos te kopen. Ze hadden allerlei soorten, maar niet onze op reis variant. Auto vol laten gooien, die zouden we de volgende dag immers omruilen.

In Arusha was het druk, ook qua verkeer. En een ongeorganiseerde bende. Mensen die omgebouwde aanhangers als kruiwagen gebruikten en her en der de weg op duwden, tuktuks die overal de weg op en af vliegen, bromfietsen die aan alle kanten inhalen, en taxibusjes die hun eigen rijstrook maken. Het doordrukken omdat we een grote auto hadden leek vandaag minder succesvol.

Minder dan tien kilometer voor de eindstreep werden we (weer) aangehouden. Het was een meer serieuze aangelegenheid dan de vorige keren. We moesten kentekenregistratie, Tanzaniaans rijbewijs, gevarendriehoek, brandblusser en EHBO-kit laten zien. Dat Tanzaniaanse rijbewijs had ik natuurlijk niet, en de internationale rijbewijzen zaten in de koffer achterin, maar dat was uiteindelijk niet het issue. De auto zou niet verzekerd zijn. Gebeld met Yusufu, en hem met de agent laten praten. Yusufu kwam eraan zei de agent, dus even wachten. Middenin de drukke stad. Voor een tijdje wel vermakelijk. De agent kwam even later terug, en zei dat er niemand kwam. Of ik nog maar een keer wilde bellen. Uiteindelijk kwam er assistentie, en een verhitte discussie tussen de politie en de dame van de verzekering volgde. Niet-afrikanen in een Safari-jeep waren al opvallend genoeg. Doe er een discussie met drie agenten bij, en je hebt snel een aardig publiek.

De dame van de verzekering zei dat we ons geen zorgen hoefden te maken, de verzekering was in orde. Ze kon de politie er echter niet van overtuigen, dus er werd nog meer hulp gehaald. Uiteindelijk, na zo’n anderhalf uur, was het geregeld, en konden we door.
Yusufu reed in een Toyota Ravio, en ik vroeg hem of hij de volgende dag net zo’n auto kwam brengen. Goed dat ik dat deed, want hij dacht dat we diezelfde dag de auto naar kantoor zouden brengen voor de omruilactie. Afgesproken dat we naar Onsea House zouden rijden, en dat die middag nog de auto geruild zou worden. (Achteraf is gebleken dat Yusufu gelijk had, en dat we volgens planning die dag nog de auto zouden gaan ruilen).

Enige tijd later onze trouwe Farisa geruild voor Cherry. Cherry ziet eruit alsof hij nog jong is, later ook een Landcruiser wil worden, maar nog een lange weg te gaan heeft,

Uiteindelijk zo rond vier uur ’s middags nog even in de zon kunnen zitten, voor ons huisje. Veel later dan gepland. Verderop heeft een man meer dan een uur door een microfoon staan blèren. Karaoke? Kerkdienst? Uiteindelijk leek het het meest op een politieke aangelegenheid.
We zijn de afgelopen tijd aardig lek geprikt en gebeten. De —-tsze tsze vlieg, aanwezig in enkele van de parken die we hebben bezocht, bijten ook dwars door je kleding heen. Joska zit onder de pleisters en gaasjes.

Er stond niets meer op het programma. Arusha was slechts een tussenstop voor deel twee van ons avontuur, via de Kilimanjaro richting Zanzibar.

Safari final

Rhotia Valley, Tarangire National Park
(Dinsdag 20 maart 2018)

We hadden aangenomen dat we twee nachten zouden blijven, maar bij aankomst werd gemeld dat we drie nachten in Rhotia zouden verblijven. De eerste hele dag zouden we naar de krater gaan, maar voor de tweede hadden we geen plannen. Gisterenavond een extra dagje park bedacht, en wel naar Tarangire.

Onderweg aangehouden door de politie. De agent was heel vriendelijk, maakte een praatje, maar zei vervolgens dat hij wel de auto moest controleren. Alles was in orde, dus we konden door.

In het laatste stukje gravel weg zaten belachelijk veel en hoge drempels. Na de vergunning te hebben gehaald konden we het park in. Mariese had tips gegeven: koffie drinken bij de Tarangire lodge, oostelijk deel bezoeken en “follow the river”. Dus de weg richting de lodge ingeslagen. Prachtig weer voor een gamedrive, droog en zonnig. Vrij snel al enkele giraffes gespot. Ook op de weg richting de lodge was een giraffe te zien, met bijzonder donkere vlekken, donkerder dan we ooit hadden gezien.

Mariese had niets teveel gezegd over de lodge: wat een spectaculair uitzicht hadden ze daar. Vanaf het grote terras kon je over een enorme groene vlakte, bezaaid met boompjes en struiken, kijken, en een blik op de rivier werpen. Helaas konden waren er geen dieren te zien. Het was niet druk, het terras was helemaal leeg. Personeel was bijzonder vriendelijk, en de koffie hoefden we niet te betalen. Goede reclame was het idee. Dus maar wat in de tip box gedaan.
Na de koffie de route vervolgd, en struisvogels gezien. Twee grote groepen bij elkaar, totaal wel veertig! Eentje beoefende een soort omgekeerde struisvogel politiek, enkel zijn nek en kop waren te zien, de rest was verscholen in het hoge gras. 

Kort daarna bij de picnic site aangekomen, en even gekeken naar het uitzicht op de rivier. Ook hier geen dieren te zien.

Na de picnic site kwam de weg aan bij de rivier. Er stond hier geen water in, en er stonden bandensporen in, dus het leek alsof men hier met de jeeps over hadden gestoken. Het zag er echter niet betrouwbaar genoeg uit om dat ook te doen. Veel te modderig, en de sporen waren behoorlijk diep. Voor zover wij konden bepalen een uitnodiging om vast te komen zitten.

Geprobeerd een andere route te vinden, maar die leek er niet echt te zijn. Besloten om terug te keren, een uitstapje te maken naar het circuit “Little Serengeti”, om vervolgens via de main gate een andere route te volgen.

Twee keer een kudde olifanten gezien, beide met een schattig kleintje erbij. De eerste vlak langs de weg, de tweede liep wat verder weg over de open vlakte. Totaal zo’n vijfendertig olifanten gezien, maar daar stond het park dan ook om bekend.

De alternatieve route die we hadden gekozen kwam uiteindelijk weer op dezelfde weg terecht. Het was niet druk in het park, en de wegen waren goed, dus Joska heeft nog even onze zwabbertank bestuurd. Het was even wennen zullen we maar zeggen ;) Ze was erg in haar nopjes!

De rit naar onze lodge was anderhalf tot twee uur, dus op tijd weer richting Rhotia gegaan. We  kwamen langs een viewpoint, met uitzicht op Lake Manyara, waar we eerder hadden gekampeerd. Even gestopt en van het uitzicht genoten. En weer een armband gekocht van een lokale verkoper :)

Bij terugkomst een foto gemaakt van ons samen met Farasi, want dit was onze laatste dag safari. Eigenlijk was dit een bonus dag, omdat we het bezoek aan nog een park vooraf niet hadden gepland.

Voor het eerst in dagen waren er andere gasten. Een familie uit New York (niet uit Amerika, maar specifiek New York dus), en een familie uit geen idee. Het was mooi weer, en men had de voorkant van onze tent, met uitzicht op de vallei, open gemaakt. Lekker buiten op het terras geborreld. Na het diner weer onder begeleiding naar de tent, en weer stond er iemand op wacht. De New Yorkers zaten in de tent naast ons, en de meiden begonnen te gillen. De man buiten ging vragen of ze hulp nodig hadden, maar ze waren in orde. Schijnbaar zat er een flinke ‘bug’ in het haar van één van de meiden.

Het was een goede bonus dag.



Caldera

Rhotia Valley, Ngorongoro Crater
(Maandag 19 maart 2018)


Vandaag de dag dat we Farasi de krater in zouden sturen. Ondanks de meer rustige omgeving was de nacht wat onrustig, door darmklachten. Die hielden aan in de morgen, dus het was nog de vraag of we onze plannen zouden kunnen doorzetten. Mariese raadde aan om wat in te nemen tegen de darmklachten, en gaf ons wat. Uiteindelijk konden we gelukkig toch op weg.

De gravel weg was droger, en veel beter te doen dan de dag ervoor. Nog even een paar ton uit de muur gehaald, en vervolgens… bekeuring. Ik had het idee dat we de ‘bebouwde kom’ nu wel uit waren, en ging wat harder rijden. We werden gelaserd en gefotografeerd, en aangehouden. Tien kilometer per uur te hard. De agent was zeer vriendelijk, en na betaling van de boete van 30000 shilling konden we verder.

Even gestopt bij de Puma om te vragen of ze ruitensproeiervloeistof hadden. Dat niet, maar wel water met sop. Beter dan niks. Flesje cola gekocht. Cola kost 1000 shilling, het vullen met water 9000, afgerond een nette 10000 (omgerekend zo'n 5 dollar).

Vergunning gehaald bij de gate, en een gids gevraagd naar de conditie van de wegen in de krater. Differential lock was niet nodig. Hij reed zelf in 2WD naar beneden, en 4WD omhoog.

Mariese had ons de tip gegeven om niet bij de main descent road naar beneden te gaan, maar bij de afdaling bij Sopa Lodge. Officieel mag je niet zonder gids naar beneden, en personeel bij de primaire afdaling zou waarschijnlijk moeilijk gaan doen. Het vermoeden was dat men daar een deel van de kosten van de gids kreeg, en het dus niet goed zouden vinden als je die niet had betaald.

Vanaf de main gate was het nog een uur rijden naar de afdaling, over een niet-makkelijke modderige weg. Je moet wat moeite doen om in één van de zeven natuurlijke wereldwonderen rond te rijden.

Bij de descent road gate werd onze vergunning zonder problemen geaccepteerd. De gids, die ik eerder had gesproken, wenkte me. Hij had op de radio gehoord dat er een zwarte neushoorn was gespot. We konden hem volgen, zodat we het beest zouden kunnen zien. Ik was nog niet klaar voor vertrek, dus gaf hij instructies hoe te rijden. Beneden links aanhouden, richting Ngoitokitok picnic site rijden. Toch aardig!



De weg naar beneden was minder steil dan ik had verwacht. Farasi had er niet echt moeite mee. Onderaan wachtte de eerste wilde dieren ons op, enkele buffels, vlak langs de weg. Ze waren in een gemoedelijke bui, zeker vergeleken met de lone bull die we in Zuid Afrika hadden ontmoet. Eén van de beesten had schijnbaar jeuk, en probeerde hier vanaf te komen door zijn kop heen en weer door een struik te halen. Toen ze allemaal wat actiever werden zijn we voor de zekerheid maar doorgereden.

Verderop was een kudde van zebra’s en gnoes te zien. Eén zebra rolde lekker even door het gras. We hielden ‘onze’ gids in de gaten, en na een half uurtje was daar inderdaad de zwarte neushoorn. Hij was ver weg, en zelf met mijn nieuwe zoom camera moeilijk vast te leggen. Vanuit het open dak, met de verrekijker, was het beest echter goed te zien. Super!
De twee luie leeuwinnen verderop waren makkelijker te zien. En zelfs wat lastig om voorbij te komen, want ze lagen midden op de weg. Na een tijdje stond één van de beesten op, rekte zich uit, en liep richting onze auto. Bij het achterwiel van de auto voor ons vond ze de inspanning wel genoeg, en ging daar liggen.

De weg gevolgd richting de picnic site. Een mooie plek, met een meer vol nijlpaarden. In Zuid Afrika werden we gewaarschuwd om niet te dicht bij een water te komen met hippo’s erin. De beesten waren gevaarlijk, en sneller dan je dacht. Hier gold die regel blijkbaar niet, want een groep toeristen stond langs het water naar de beesten te kijken.

Joska had vernomen dat tijdens de lunch de roofvogels in de gaten gehouden moesten worden, en dat je eigenlijk beter in de auto kon eten. Niet veel later jatte zo’n beest, daarna broodroofvogel bestempeld, mijn broodje uit mijn hand.
Na de lunch besloten niet de andere voertuigen te volgen, maar een andere route te kiezen. Er was nog van alles te zien: struisvogels, een nijlpaard waarvan meer te zien was dan enkel de neusgaten, een kleine zebbie van dichtbij, enkele waterbucks, apen, en olifanten. Om de big five vol te maken, ontbrak enkel nog een luipaard. Bij de picnic site dezelfde gids nog aangegeven dat hij er eentje voor ons moest vinden, maar er waren geen luipaarden in de krater zei hij. Vreemd?





Rond kwart over drie weer richting de weg omhoog. We konden nu wel de main ascent road gebruiken, want er zou geen controle meer zijn. En dat was gunstig. Deze weg was bestraat, en dus relatief eenvoudig op te rijden. Het uitzicht vanaf deze slingerweg was prachtig! Nog een missie geslaagd!



Bij de main gate dreigde het nog even mis te gaan. Ik vroeg Joska om de papieren voor het verlaten van het park. Die had ik echter reeds in mijn zak. Ik liet de verkeerde papieren zien, en het computersysteem gaf een alarm. Volgens de dame moest ik nog vier dagen park toegang betalen! Dat zou een duur grapje zijn geweest. Ik had bij aankomst in Serengeti wel een vergunning gehaald, maar niet de vergunning van het door Ngorongoro rijden laten beëindigen. Die vergunning liet ik zien, en stond nog open. Er werd advies gevraagd aan een manager-type, gebeld met de Serengeti gate, en overlegd. Het koste wat tijd, maar uiteindelijk leek alles duidelijk, en konden we gaan. Ondertussen gebabbeld met één van de andere medewerksters. Over de vakantie, over of we kinderen hadden en waarom niet. Ze zou bidden dat we nog een keer terug zouden komen naar Tanzania. De medewerkster die me ‘geholpen’ had zei dat ook, maar voegde daar nog aan toe: “als jullie kinderen hebben” :)

Slip 'n slide

Serengeti, Rhotia Valley
(Zondag 18 maart 2018)

Kwart over zes wakker, de leeuw brult nog (weer?), maar niet meer zo fier als gisterenavond. Geprobeerd om nog een audio opname te maken, maar toen staakte de leeuw het gebrul natuurlijk.

Voor het ontbijt gesproken met Maliaki en Cliff. De leeuw zat bij de boom, links voor de grote tent. Ze liep vervolgens richting onze tent. Het was alsof ze ons volgde. Schijnbaar was de leeuw al in het kamp tegen het einde van het diner. Cliff vertelde dat hij ons nog wilde halen om naar de leeuw te kijken, maar dat hij niet wist of hij ons kon storen. We waren de tent ook niet uitgekomen waarschijnlijk.

Na het ontbijt onze spullen gepakt voor vertrek naar Rhotia Valley Tented Lodge. Afscheid genomen, tegen Cliff gezegd dat hij niet hoefde te huilen.

Dichtbij het kamp, in Ndutu, waren weinig dieren te zien. Eigenlijk hetzelfde als de ochtend ervoor, toen we richting centraal Serengeti gingen. Verderop was er weer wildlife in overvloed. Tussen de gnoes en zebra’s waren weer verschillende hyena’s te zien.

Na passeren van de gate tussen Serengeti en Ngorhongorho was de weg direct slechter. Het landschap ging langzaam over van droge vlaktes naar meer tropisch regenwoud. We moesten weer over dezelfde weg terug, boven langs de krater. We hoopten dat er geen overstromingen zouden zijn. Deze keer was het gelukkig geen uitdaging om over de diverse waterstromen te komen. 

Het was zonnig en helder, dus we konden deze keer van het uitzicht genieten. Op een groot open stuk liepen ruim twintig giraffes. Zoveel hadden we er nog niet bij elkaar gezien. We kwamen weer langs het wat roze ogende meer, met de boma met lokale bevolking. Onderweg zwaaide een gids uitbundig naar ons, alsof hij ons kende. Was dit de man die we hadden gesproken bij de weg richting Ndutu? Who knows.

De locals vroegen de vorige keer om eten, geld en probeerden sierraden te verkopen. Een kleine jongen deed dat nu ook weer. We hadden eten over, dat we anders weg zouden gooien. Ondanks dat het niet aangeraden werd, deze keer besloten om o.a. wat banaantjes te geven. Het kind was hier echter niet tevreden mee, vroeg om meer en bood bijvoorbeeld “picture for food” aan. Niet snel tevreden, en niet erg bevredigend.

Er waren niet veel sanitaire voorzieningen in het park, en de route was lang, dus ben ik even ‘achter de auto gegaan’. Achteraf gelezen dat ook hier luipaarden en olifanten hadden kunnen zijn. Blijven waarnemen!

Uiteindelijk bij het uitkijkpunt aangekomen. Er was een Japans gezelschap, en zij waren met een drone aan het vliegen. Heel laag ook, vlak boven het uitkijkpunt. Hoewel ik zelf een drone enthousiast ben, vond ik het hier toch wel storend. Het verstoorde het natuurlijke beeld van de krater.

Het uitzicht maakte dit echter meer dan goed De krater was prachtig! Een grote vlakte, met een meer, omringd door bergen. Je kon de hele krater zien. Het is eigenlijk een caldera, een ingestorte vulkaan. Beneden zouden honderden dieren wonen, en had je de kans om in korte tijd de Big Five te spotten. We konden wel wat dieren zien vanaf het uitkijkpunt, maar niet heel veel. Een afdaling in de krater stond echter al voor de volgende dag op de planning, dus we zouden het allemaal nog van dichtbij gaan maken.

Op een informatiebord stonden de parkregels. Daar stond dat je niet zelf de krater in mocht rijden, zonder een gids. Als ze die regel daadwerkelijk zouden hanteren, zou dat onze plannen verstoren. Bij de gate nog even nagevraagd of we zelf mochten rijden. De wedervraag was wat voor auto we hadden. Een Toyota Landcruiser was blijkbaar een goed antwoord, want daarmee mochten we wel zelf de krater in rijden. Dat scheelde weer een zorg.

Op naar onze volgende verblijfplaats. Eerder dan verwacht stond er een bord van de lodge. Linksaf, en dan nog 5,5 kilometer. Die weg zag er echter dusdanig beroerd uit, dat we besloten door te rijden naar de afslag die we vooraf hadden gepland. De andere toegangsweg gevonden. Die leek beter, maar al snel bleek dit gezichtsbedrog. Het eerste stukje had een harde, ogenschijnlijk stenen/rotsachtige ondergrond, en was goed te berijden. Later ging de weg over in gladde modder. Ondanks de ingeschakelde vierwielaandrijving gleed ons metalen paard, heuvel af, alle kanten op! Met een beetje gas erbij was de auto wel weer recht te trekken, maar het leek linke soep. We moesten een heuveltje op, maar halverwege weigerde de auto verder te gaan. De wielen draaiden, maar we gingen niet vooruit. Achteruit dus. De differential lock op de voorwielen gezet, een aanloop genomen, en enig geweld toegepast. Dat hielp.
De weg splitste zich. Geen wegwijzers. De route genomen die het meest op de doorlopende weg leek. Langs een met muur omheinde locatie gekomen. Was het hier, en zijn we dus de verkeerde kant op gereden? Onduidelijk. Verder maar dus. Wederom met wat geweld een heuvel op.
Gelukkig, daar was het. Rechtsaf, omhoog. Daar was een soort wachtershuisje, met iemand erin, halverwege de heuvel. Even gestopt om ons te melden. Bovenaan naar rechts was onze bestemming was de boodschap. Maar de auto weer in beweging krijgen was een uitdaging. Geen handig plek voor een loket. Uiteindelijk bestemming bereikt.

Het was begin van de middag. Geen plannen verder, en met een dergelijke modderige toegangsweg ga je ook niet even ‘op pad’. Dus relaxen. We zaten in een grote tent, geplaatst op een verhoging. Wat comfortabeler dan in de Green Camps. En geen bush-like sanitaire voorzieningen, maar een echt toilet en behoorlijke douche.

Er kwam zojuist een soort Suzuki Alto door de modder rijden. Ik ben blijkbaar geen modderchauffeur. Of misschien juist wel? Who knows.

Rond zes uur was het tijd voor een drankje. Eigenaresse Mariese kwam er even bij zitten, en nam zelf ook een biertje. Gezellig gekletst, over onze plannen, over haar activiteiten in Tanzania, en van alles en nog wat. Later ook Doris en Charlie ontmoet, managers bij de organisatie. Tijdens het diner werden we verwarmd door schalen met hete kolen, en bijgelicht door olielampen.
Na het diner werden we begeleid naar onze tent. Ook hier mocht je niet alleen buiten rondwandelen in het donker. Vlakbij de tent stond iemand in de bush. Schijnbaar de nachtwaker.


woensdag 28 maart 2018

Too close for comfort

Serengeti
( 17 maart 2018)

Half zeven weer wakker. Het was mistig, dus geen uitzicht op Ndutu. Bij het ontbijt de kaart erbij gepakt, en tips gekregen van Maliaki voor te bezoeken gebieden. Onder andere Moru en Simba Kopjes waren aanraders om katachtigen te zien. Hij vertelde ook nog dat we bij vertrek mogelijk een rondje om Ndutu zouden kunnen rijden om de kuddes te zien. De weg was niet heel best daar echter. Op de grens tussen Ndutu en Ngorhongorho was een betere weg aangelegd. Eventueel zouden we die op en neer kunnen rijden.

Plan was dus om naar het gebied genaamd Moru te gaan. Zelfde richting als de dag ervoor, echter ergens een afslag naar links nemen. De eerste spot van deze gamedrive was een kleine jakhals. Hij zat blijkbaar in de buurt van een vogelnest, want enkele vogels probeerden het dier te verjagen.

De afslag hadden we gemist, en op Maps was te zien dat we veel te ver door waren gereden. Er stopte een ander voertuig, en we gaven aan dat we de weg naar Moru zochten. We konden de gids volgen, hij zou ons de afslag wijzen. Toen we daar waren, stapte hij uit, en vroeg ons of we wisten waar we heen gingen. We vertelde hem onze plannen. Hij raadde ons die echter af. Moru was slecht begaanbaar. De Great Migration was gaande in een gebied aan de andere kant van de hoofdweg, maar daar had hij zelf de dag ervoor vijf uur vastgezeten. We konden beter in central rondkijken. Hij wees op de kaart een gebied aan waar mogelijk katachtigen te vinden zouden zijn.

In eerste instantie hadden we gemeld dat we op zoek waren naar een neushoorn. Zijn advies was om naar de Ngorhongorho krater te gaan. Daar had je geen gids nodig, kon je zelf rijden, en kon je beter een neushoorn vinden. Hij vroeg of we enkel de auto hadden gehuurd (dus zonder gids). Na bevestigend antwoord begon hij de zin “you guys are…”, maar maakte deze niet af.

Zijn advies was ook nog om naar het informatiecentrum te gaan, en daar een gids te zoeken. Geef die wat geld was het advies, en dan zou je die kunnen volgen.

Inderdaad naar het informatiecentrum gereden, voornamelijk voor een pitstop. Daar nog dieren gespot, de —- Rat-famlilie?. Nog even de kaart bekeken, en besloten om toch zelf op pad te gaan, en de locatie te zoeken waar de gids het over had.

Onderweg enkele vechtende hippo’s kunnen aanschouwen. Nog even rondgereden, maar het leek er niet op dat we een luipaard of cheetah zouden kunnen vinden. Omdat het zien van de Great Migration één van de voornaamste redenen was dat we hier waren, besloten om terug te rijden naar de gate, en Ndutu te verkennen. Ondanks dat er geen echte migratie te zien was, was dit wel de plek waar grote kuddes zebra's, gnoes en bokjes te zien zouden zijn.

Op die terugweg nog een mazzeltje: negen luie leeuwen vlak langs de weg! De hippo’s waren ook nog in het water verderop, maar lieten zich minder goed zien.

Op de heenweg waren er eigenlijk geen kuddes te zien aan deze kant van de gate, en die waren er nu weer wel. De dieren waren dus wel degelijk in beweging. En verderop ook weer ons koppeltje leeuwen gespot! Het mannetje had een beetje een ‘bad hair day’.

Op Ndutu waren er enorm veel beesten, voornamelijk zebra’s en gnoes. Ook waren er enkele hyena’s. Er staken wat gnoes rennend de weg over. Zo leek het toch nog een beetje op de migratie. Er waren veel kleine zebbies en wildebeestjes in de kuddes.

De eerste afslag naar Ndutu even overgeslagen, omdat we niet wisten wat de conditie van de wegen daar zou zijn. Besloten om eerst naar de weg langs de parkgrens te rijden. Daar aangekomen leek deze op Ngorhongorho gebied te liggen, en niet binnen het Serengeti park. Hier had Maliaki ons al voor gewaarschuwd. Zonder vergunning in het andere park rijden zou je een boete op kunnen leveren. Er kwam een gids aanrijden. Hem aangehouden om te vragen of we de weg op konden zonder problemen. Volgens hem was dat geen probleem. Hij vroeg ons waar we vandaan kwamen, en gaf aan dat hij ons eerder had gezien, en vond dat ik goed kon rijden. We waren opgevallen blijkbaar. Niet zo moeilijk te onderscheiden ook natuurlijk. Maar over die driving skills verschilden we licht van mening.

Besloten om toch richting Ndutu binnenland te rijden, ondanks dat we eigenlijk wel wisten dat we hiervoor niet de juiste papieren hadden. Hoe ver we ook reden, we bleven tussen de zebbies en de gnoes door rijden. Na enige tijd omgekeerd, om toch ook nog even de andere afslag, dichter bij ons kamp, te proberen. De weg was eigenlijk prima. De auto stilgezet, en uit het dak de dieren gadegeslagen. Werkelijk wonderlijk.

Als je de Great Migration wilt zien, dan wil je eigenlijk de kuddes zien die moeite doen om een rivier over te steken, met honderden, duizenden tegelijk. Ondanks dat we dat fenomeen niet direct hebben kunnen aanschouwen, was deze missie toch geslaagd!

Dus tevreden terug naar het kamp, voor een sundowner buiten. Deze keer liepen de zebra’s nog dichterbij in de ‘voortuin’.

Regen en onweer tijdens het diner. We aten Swahili-stijl, dus geen voor- en nagerecht. Vanwege de regen besloten om direct na het eten naar de tent te gaan. Scheelt door de regen heen en weer lopen naar het toilet. In de teng nog even wat foto’s van eerder die dag bekeken.

Joska wilde haar boek lezen, maar daar kwam het niet van. Een leeuw brulde luid. Die zat heel dichtbij! Licht uit, laptop dichtgeklapt, luisteren naar wat er zou gaan gebeuren. Spannend! Beetje te spannend misschien. Ondanks dat leeuwen tentdoek als stenen muur beschouwen, en er dus waarschijnlijk niks zou gebeuren, waren wij daar niet gerust op. De voorkant van de tent was doorzichtig, dus het donker in turen om te kijken of de leeuw langs zou komen. Personeel was buiten met zaklampen, om de boel in de gaten te houden (zo namen we aan). Maar op een gegeven moment leken ze het niet meer zo interessant te vinden. Door de regen op de tent konden we niet veel anders meer horen dan af en toe luid gebrul. Ik moest naar de w.c. Deze was buiten, maar wel voorzien van tentdoek omheining. Het zou veilig zijn deze ’s nachts te gebruiken, aldus instructies die we in het Green Camp in lake Mayara hadden gekregen, en die later ook door Cliff werden bevestigd. Desondanks even gewacht, hopende dat de leeuw wat verder bij onze tent vandaan weer zou laten horen.



Uiteindelijk toch maar even geweest, ondanks dat de leeuw nog dichtbij was. En daarna onder de wol. Het duurde wel even voordat we konden slapen. Overnachten in een tent middenin de wildernis geeft toch wel een extra dimensie aan een Safari-vakantie. 


Herrie in de keukentent

Serengeti
(Vrijdag 16 maart 2018)  

Ondanks dat het een stillere plek leek, hadden we niet heel veel geslapen. ’s Nachts was er tumult. Geluid van brullende leeuwen. Geluid van hoeven, vlakbij. Dat vreemde soort lachende geluid dat zebra’s maken. Het leek alsof er een zebra dwars door het tentenkamp rende. Herrie, alsof iemand een watertank omtrapte. Vervolgens een jammerend geluid van een dier, alsof hij werd gepakt. Joska had al naar het fluitje gezocht, dat je kon gebruiken in geval van nood. Na het gejammer van het dier werd het stiller.

De volgende morgen vernomen dat een zebra achterna werd gezeten door een leeuw, en in de keukenten terecht was gekomen. Dat was de herrie die we hadden gehoord. De zebra had onder andere de over geramd. Eén van de olielampen voor de grote tent was ook omver gelopen. Ze hadden dit nog nooit meegemaakt.

Maliaki was ’s nachts de tent uit gegaan, en stond toen meters bij de leeuw vandaan.

De zebra was echter niet het dier dat het jammerende geluid had geproduceerd, dat bleek een gnoe te zijn geweest. Meters voor de tent vochten aasgieren met elkaar, schijnbaar om wat te eten. Cliff nodigde ons uit om een kijkje te gaan nemen. Hij liep om, en legde uit waarom. Rechtuit naar de plek lopen was niet verstandig, omdat er een verhoging in het gras was, en je nooit wist of daar een verrassing achter zat. Over het vlakke land dus. De gieren vertrokken toen we in de buurt kwamen. Daar lag het karkas van een gnoe. De leeuw of leeuwen hadden het beest nagenoeg op, de aasgieren vochten om de restjes. Cliff zei dat het nogal stonk, maar in eerste instantie merkten wij daar niks van. Pas toen we aan de andere kant gingen staan, roken we het ook. Zo’n verschil maakt de windrichting dus.

Rond negen uur was het tijd om de Serengeti te gaan verkennen. We hadden lunchpakketjes meegekregen. Door Naabi Gate gereden, en direct waren er al veel dieren te zien. De auto even langs de kant gezet, dak omhoog, en even naar de gnoes en de zebra’s gekeken.

Nog geen half uur later konden we twee leeuwen, een stelletje zo te zien, aanschouwen, vlak langs de hoofdweg. Ze waren lui, zoals te verwachten. Waren dit de leeuwen die in ons kamp waren geweest? Who knows!

We zijn in eerste instantie naar een tourist information center gereden. Even een pitstop gemaakt, en een andere kaart gekocht. Er zaten echter ook brutale apen, en een ervan sprong door het open dak in de auto. Geprobeerd hem eruit te jagen, maar ik kreeg enkel een boze reactie. Een medewerker schoot te hulp, en dreigde een steen naar het beest te gooien, waarna deze onze auto weer verliet. Snel het dak en de ramen gesloten, niet iets dat je nog eens wilt meemaken.

Naar het tankstation gereden en een paar liter diesel in de tank laten gooien. Vervolgens tijd om onze gekozen route te volgen. Hiervoor moesten we eerst weer een stuk terug, over een weg die half was afgezet, hobbelig en modderig was. Er lag deze keer echter een leeuwin op een boomstronk te rusten, vlak langs de route. Een mooi gezicht. Er stond reeds iemand te kijken, dus de auto erachter gezet.



Daarna kwam een uitdaging, er kwam een vrachtwagen aan. Die kon er niet langs. Inmiddels stonden er enkele voertuigen achter me, en niemand leek iets te gaan doen. We konden niet goed langs de vrachtwagen, want de weg liep schuin af, en was daar modderig. De vrachtwagen probeerde ruimte te maken, en ik probeerde erlangs te komen. Uiteindelijk lukte dat, maar heel handig was het niet. De vrachtwagen schoot er niet heel veel mee op, er was één auto uit de weg, maar er stonden er nog een aantal. Niet mijn probleem meer echter.

Nog geen half uur later konden we weer twee leeuwen zien. Eentje sprong net uit de boom. Waren dit de befaamde tree climbing lions? Ik zit nu de beelden terug te kijken, en zie dat in ieder geval één ervan een band om zijn nek heeft. De leeuwen gingen in het hoge gras liggen, en waren dus maar kort zichtbaar.

De route die we hadden bedacht konden we niet volgen. De weg ontbrak. Hij was wel te zien op Maps en gps, maar niet in het echt. Er was een weg naar een picnic site, maar die was te onvoorspelbaar, aan het begin was een plas, waar we niet omheen konden, en die vrij diep leek.

Besloten om weer terug te rijden, zodat we nog even het uitzicht op de Naabi Hill konden aanschouwen. We moesten wederom over een modderige weg, met een hoge modderige middenberm. Deze keer was er een tegenligger. Geprobeerd om naar links uit te wijken, maar dat lukte niet, door de hoge middenberm. De tegenligger ging achteruit, en ineens vloog de auto naar links, en moest ik flink terugsturen. Uiteindelijk gelukt, maar geen professionele manoeuvre. De gids in de andere auto lachte vriendelijk toen hij langsreed. Of lachte hij me uit?

Op de terugweg, in een watertje langs de main road, nog drie hippo’s gespot. Een uur later waren we bij de gate, en zijn we de heuvel op geweest, om uit te kijken op de enorme vlakte, de Serengeti.

Rond vier uur ’s middags weer terug. Even onder de bushdouche, en vervolgens een sundowner, waarbij we konden genieten van zebra’s die op nog geen vijftig meter bij ons vandaan stonden te grazen.

De zonsondergang gaf de lucht mooie kleuren. We hebben weer bij kaarslicht gegeten, deze keer gelukkig minder last van ongenode gevleugelde gasten.

’s Nachts waren weer leeuwen te horen, maar niet zo dichtbij als de nacht ervoor.